top of page
Zoeken

Dichtbij voelt als gevaar of hoe je jezelf saboteert in relaties (Deel 2)

  • Tomdk
  • 26 dec 2025
  • 6 minuten om te lezen

Introductie

Je wilt een fijne relatie. Maar zodra het serieus wordt, gebeurt er iets vreemds:

  • Je duwt mensen weg als het te dichtbij wordt.

  • Je begint ruzies over kleine dingen.

  • Je voelt je opeens geklemd of bang.

Jij weet niet waarom. De ander ook niet. En voor je het weet, is nog zo'n relatie voorbij.

Dit deel gaat over hoe zelfsabotage zich speelt in relaties, en wat je er eventueel aan kunt doen.


Wat je jezelf aandoet in relaties

Je duwt mensen weg als het te dichtbij komt, je wilt eigenlijk:

  • verbinding,

  • veiligheid,

  • iemand die dicht mag komen.


Maar in de praktijk merk je bijvoorbeeld, zodra iemand écht dichtbij komt, word je:

  • afstandelijk,

  • kortaf,

  • kritisch,

  • of emotioneel "afwezig".


Je partner ziet dit niet aankomen. Jij zelf weet ook niet precies wat er gebeurt.


Je begint ruzies over kleine dingen

De afwas, een bericht, iets wat gezegd werd. Plotseling voelt het enorm.

Van buiten lijkt het:

  • "Ze zijn onbetrouwbaar."

  • "Ze luisteren niet."

  • "We passen niet goed bij elkaar."

Maar van binnen? Van binnen speelt iets anders.


Wat gaat eronder schuil

Dit patroon, wegduwen, ruzies, afstand, voelt voor jou als bescherming.

Onbewust denkt je brein:

  • "Als ik afstand creëer, kan ik niet gekwetst worden."

  • "Als ik kritisch ben, kan ik eerst afwijzen voordat ik zelf afgewezen word."

  • "Als het dichtbij komt, loop ik weg, dat is beter dan verlaten worden."


Een paar herkenbare voorbeelden:

  • "Ze zijn te lief" → je verliest je interesse of wordt kribbig.

  • "Als het te goed voelt" → krijg je twijfels:

    • "Klopt dit wel?"

    • "Waar is het addertje?"

    • "Straks gaan ze toch weg."

  • Je test de ander onbewust:

    • je doet afstandelijk om te zien: "Blijf je dan nog steeds?"

    • je prikt en provoceert om te voelen: "Hou je echt van mij?"

Dit alles voelt verwarrend:

"Ik wil liefde, maar ik duw het weg. Wat is er mis met mij?"

Er is niets "mis" met je; je beschermingssysteem draait gewoon op een oude stand.


Waarom duw je iemand weg als het dichtbij komt?

Nabijheid = risico (in je brein)

In de kern geldt vaak:

Hoe dichter iemand bij je komt, hoe groter de kans op pijn.

Je brein (vooral het emotionele stuk) heeft meestal geleerd:

Als ik iemand echt toelaat:

  • kan ik afgewezen worden,

  • kan ik verlaten worden,

  • kan ik gekwetst worden.


Dus gaat er een soort alarm af als iemand te dichtbij komt.

Dat alarm kan eruitzien als:

  • irritatie,

  • onrust,

  • ineens overal fouten in de ander zien,

  • geen zin hebben in intimiteit (lichamelijk of emotioneel),

  • plots nood aan "ruimte".


Ruzies over kleine dingen: een verdedigingsmechanisme

Ruzies over details gaan zelden écht over:

  • de afwas,

  • de wc-bril,

  • een bericht dat te laat teruggestuurd werd.

Vaak zit eronder:

  • angst ("Word ik hier niet afhankelijk?"),

  • schaamte ("Ben ik wel goed genoeg voor deze persoon?"),

  • oud verdriet ("Niemand blijft toch echt bij mij.").

Ruzie heeft dan onbewust functies als:

  • Afstand creëren

    → "Ik voel me te dichtbij, dit is eng; als we ruzie hebben, is er weer ruimte."

  • Controle voelen

    → "Als ik aanval of kritisch ben, hoef ik mijn kwetsbare kant niet te tonen."

  • De ander testen

    → "Blijf je ook als ik lastig doe?"


Je verstand denkt: "Waarom begin ik hier nu weer over?"

Je emotionele brein denkt: "Top, we zijn weer veiliger, het was te dichtbij."


Hoe kan je dit patroon doorbreken?

Stap 1: Het moment leren herkennen

Probeer de vroege signalen te zien, bv.:

  • Je wordt plots snel geïrriteerd om kleine dingen.

  • Je voelt de neiging om je terug te trekken:

    • minder appen,

    • afspraken afzeggen,

    • afstandelijk zijn.

  • Je hebt plots veel "kritische gedachten" over de ander:

    • "Hij/zij is eigenlijk niet zo interessant."

    • "Dit gaat toch niet werken."

    • "Ik heb meer vrijheid nodig."


Oefening:

  • Pak pen en papier of notities op je gsm.

  • Noteer een week lang:

    • momenten dat je iemand wegduwt,

    • wat er net daarvoor gebeurde,

    • welke gedachten je had,

    • wat je voelde (boos, gespannen, bang, leeg).


Je gaat patronen zien zoals:

  • na veel nabijheid → irritatie;

  • na een heel fijne date → de volgende dag afstand willen.


Stap 2: Onder de irritatie kijken: "Wat voel ik écht?"

Vaak ligt er onder irritatie:

  • angst,

  • schaamte,

  • verdriet,

  • gevoel van "te veel" of "te weinig" zijn.


Stel jezelf vragen als:

  • "Als ik heel eerlijk ben: wat vind ik hier eigenlijk eng?"

  • "Waar ben ik bang voor als ik deze persoon dichter laat komen?"

  • "Wat is het ergste dat ik denk dat er kan gebeuren?"


Mogelijke eerlijke antwoorden:

  • "Ik ben bang dat ze zien wie ik echt ben en dan weggaan."

  • "Ik ben bang dat ik mezelf verlies in de relatie."

  • "Ik ben bang dat ik weer zo gekwetst ga worden als toen."


Dat is geen zwakte; dat is je menselijke beschermingsmechanisme.


Stap 3: Stoppen met "valse redenen" gebruiken

Je brein verzint vaak excuses:

  • "Ik ben nu gewoon druk."

  • "Ik vind hem/haar toch niet écht leuk."

  • "Iedereen heeft wel iets, maar dit is toch wel een groot minpunt."


Probeer te onderscheiden:

  • Is dit een reëel probleem (bijv. respectloos gedrag, totaal verschillende waarden)?

  • Of is dit een saboterende rookbom van je angst?


Een simpele check:

Wordt dit "probleem" groter naarmate we dichter naar elkaar toegroeien?

Zo ja, dan is de kans groot dat angst meedoet.


Stap 4: Kwetsbaarheid oefenen in kleine stapjes

Je hoeft niet ineens al je angsten op tafel te gooien. Begin klein:

  • Zeg eens:

    • "Ik merk dat ik wat afstandelijk doe, en ik denk dat dat komt omdat ik dit best spannend vind."

    • "Als het heel goed voelt, komt er ook een stemmetje dat bang is om gekwetst te worden."

  • In plaats van meteen ruzie te beginnen maken, probeer:

    • "Ik merk dat ik prikkelbaar ben. Ik denk dat ik even overprikkeld ben en dat ik wat ruimte nodig heb, het ligt niet per se aan jou."


Dat soort zinnen:

  • haalt spanning uit de lucht,

  • creëert begrip,

  • en – heel belangrijk – je oefent dat nabijheid + eerlijkheid niet automatisch leidt tot afwijzing.


Stap 5: Ruzies anders aanpakken

In plaats van:

  • verwijten:

    • "Jij doet altijd…"

    • "Waarom ben jij zo…"

  • passief-agressief gedrag:

    • stilvallen,

    • snauwen,

    • sarcasme,

probeer:

  1. Spreek vanuit jezelf:

    • "Ik voel me nu onrustig/onzeker/overprikkeld, en dat uit ik misschien onhandig."

  2. Vertraag:

    • zeg bijv.: "Ik merk dat ik nu in de aanval ga. Kunnen we even pauze nemen en later verder praten?"

  3. Vraag verbinding:

    • "Ik vind dit moeilijk om te zeggen, maar ik heb nu eigenlijk meer behoefte aan geruststelling dan aan discussie."


Zo leer je je brein:

"Conflict = iets wat we samen kunnen hanteren, niet automatisch gevaar of verlating."

Stap 6: Nieuwe ervaringen bewust binnenlaten

Als de ander:

  • blijft, ook als jij eerlijk kwetsbaar bent;

  • rustig reageert als jij je angst benoemt;

  • niet wegloopt als jij fouten maakt;


dan is dat "bewijs" voor je systeem dat:

  • nabijheid niet altijd eindigt in pijn,

  • er ook veilige verbinding bestaat.


Probeer die momenten bewust te registreren:

  • schrijf ze op,

  • sta er even bij stil,

  • zeg letterlijk tegen jezelf:

    • "Kijk, hier werd ik niet verlaten terwijl ik mezelf liet zien."

Je traint als het ware een nieuwe "spier" in je brein.


Stap 7: Eventueel samen of met een professional kijken

Als je merkt:

  • dat het patroon hardnekkig is (elke relatie loopt hierop vast),

  • je verstrakt lichamelijk bij te veel nabijheid (paniek, blokkeren, dissociëren),

  • je hebt een geschiedenis van heftige relaties of trauma,


dan kan het heel helpend zijn om:

  • individueel in therapie/coaching te gaan (bijv. rond hechting, schema's);

  • of later eventueel relatietherapie te doen als je in een stabielere relatie zit.


Daar kun je:

  • je persoonlijke geschiedenis koppelen aan je huidige gedrag;

  • leren wat jouw triggers zijn;

  • heel concreet nieuwe manieren oefenen om met nabijheid en angst om te gaan.


Waarom hechting hier zo belangrijk is

Dit brengt ons bij het allerbelangrijkste:

Als je jezelf in relaties saboteert door weg te duwen of ruzies te zoeken, zit daar meestal iets veel diepers onder.

En dat iets heet hechting.

Hechting gaat over hoe jij als klein kind leerde omgaan met nabijheid, vertrouwen en alleen-zijn.

En dat patroon bepaalt nog steeds hoe je in relaties functioneert.

In deel 3 gaan we hier diep in duiken.


Samenvatting: relatie-sabotage

  • Je duwt mensen weg of zoekt ruzies als het dichtbij wordt, terwijl je eigenlijk verbinding wil.

  • Dit is geen slechte wil, maar bescherming tegen mogelijke pijn.

  • Je doorbreekt het door:

    1. De patronen te herkennen.

    2. Naar de onderliggende angst te kijken.

    3. Voorzichtig kwetsbaarheid te oefenen.

    4. Je brein nieuwe ervaringen te geven.

    5. Eventueel professionele hulp in te schakelen.


De oorzaak van dit alles: je hechtingsstijl en daarover lees je volgende vrijdag in deel 3 van deze vierdelige reeks over zelfsabotage.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page