Zelfsabotage op je werk, hoe je jezelf tegenwerkt op het werk (en wat je eraan kunt doen) (Deel 4)
- Tomdk
- 9 jan
- 8 minuten om te lezen
Introductie
Zelfsabotage gebeurt niet alleen in relaties. Het speelt net zo hard op je werk.
Je wilt groeien, andere taken doen, meer zichtbaarheid, maar je gedrag zorgt keer op keer voor het tegenovergestelde.
Dit deel gaat over hoe zelfsabotage zich uit in je professionele leven, en hoe je het kunt doorbreken.
Hoe ziet zelfsabotage eruit in je professionele leven?
1. Chronisch uitstellen
Belangrijke mails blijven liggen.
Je begint pas aan een presentatie als de deadline bijna voorbij is.
Grote projecten schuif je voor je uit, terwijl je kleine, minder belangrijke taken wel doet.
Van buiten lijkt het op luiheid of slechte planning.Van binnen ben je vaak gestrest, schaam je je en voel je je overspoeld.
2. Perfectionisme dat verlamt
Je begint niet aan iets nieuws omdat je bang bent dat het niet perfect zal zijn.
Je blijft eindeloos schaven aan een rapport, presentatie, mail.
Je doet altijd “nog wat extra onderzoek” zodat je niet hoeft te beslissen.
Gevolg:
Je komt traag vooruit.
Je levermomenten zijn uitputtend.
Je laat kansen liggen omdat je nooit “klaar genoeg” bent.
3. Jezelf kleiner maken dan je bent
Je zegt niets in meetings, ook al heb je wel ideeën.
Je schuift complimenten weg: “Ach, dat was niets.”
Je stelt je onzeker op naar collega’s of leidinggevenden, terwijl jij vaak meer weet dan je denkt.
Gevolg:
Je wordt minder snel gezien als iemand met potentieel.
Je kansen op promotie of uitdagende projecten verkleinen.
Jij blijft gefrustreerd achter: “Niemand ziet wat ik kan.”
4. Geen grenzen stellen
Je zegt overal “ja” op, ook als je agenda eigenlijk vol zit.
Je neemt structureel te veel taken op je.
Je laat collega’s of klanten over je heen lopen.
Op korte termijn lijk je “behulpzaam” of “flexibel”.Op lange termijn brand je op, word je cynisch en raak je overspannen.
5. Conflicten uit de weg gaan
Je spreekt collega’s niet aan op hinderlijk gedrag.
Je zegt niet wat je echt denkt, om “de sfeer niet te verpesten”.
Je slikt frustraties in tot je ofwel ontploft, of in stilte afhaakt.
Je saboteert hiermee:
je eigen positie,
gezonde samenwerking,
en vaak ook je eigen werkplezier.
6. Succes actief ondermijnen
Dit is de meest zichtbare vorm van zelfsabotage:
Net op het moment dat je promotie in zicht is:
kom je te laat,
lever je dingen half gedaan in,
maak je onnodige fouten.
Je zegt kansen af:
je solliciteert niet,
je wijst een uitdaging af “omdat het niet het juiste moment is”.
Je verstand weet: “Dit is eigenlijk een kans.”Je gedrag doet: remmen.
Waar komt professionele zelfsabotage vandaan?
1. Diepe overtuigingen over jezelf
Onbewuste zinnen zoals:
“Ik ben niet slim genoeg.”
“Ik ben niet gemaakt voor succes.”
“Als mensen echt zien wie ik ben, val ik door de mand.”
“Ik mag geen fouten maken, anders ben ik waardeloos.”
“Anderen zijn altijd beter dan ik.”
Deze overtuigingen zijn vaak ontstaan door:
schoolervaringen,
opmerkingen van ouders/leraren,
vroeg falen of afwijzing,
vergelijken met broers/zussen of klasgenoten.
Je gedrag gaat dan “bewijzen” dat die overtuiging klopt.
Bijvoorbeeld: als jij diep vanbinnen gelooft “Ik ben geen leider”, dan:
zal je geen leidinggevende rollen pakken;
of als je ze krijgt, doe je onhandig of hou je je klein (en dan “klopt” het weer).
2. Angst om te falen
Als je écht je best doet en het mislukt, voel je dat als een harde klap.
Dus bescherm je jezelf door:
niet echt je best te doen;
laat te beginnen;
alles maar half aan te pakken.
Dan kun je altijd zeggen:
“Ja oké, het is niet top… maar ik heb ook niet volledig mijn best gedaan.”
Pijnlijk, maar veilig.
3. Angst om te slagen
Succes lijkt leuk, maar het kan ook bedreigend voelen:
“Wat als ik het daarna niet meer kan waarmaken?”
“Wat als iedereen dan meer van mij verwacht?”
“Wat als ik dan meer zichtbaar word, en dus ook meer kritiek krijg?”
Dus saboteren je brein en lijf de boel:
je vergeet dingen,
je neemt te veel hooi op je vork tot het misloopt,
je zegt kansen af “met een goede reden”.
4. Patronen vanuit je opvoeding
Als je altijd geprezen bent om prestaties, niet om wie je bent:
wordt falen ondraaglijk → perfectionisme.
Als je geleerd hebt “doe maar gewoon, niet boven het maaiveld uitsteken”:
ga je jezelf klein houden.
Als je geleerd hebt jouw grenzen zijn niet belangrijk:
zeg je overal ja op en ga je over je eigen grens.
Hoe herken je zelfsabotage bij jezelf op het werk?
Een paar goede check-vragen:
Herhaal ik steeds hetzelfde patroon?
Altijd last-minute stress?
Altijd net geen promotie?
Altijd te veel werk op je bord?
Wat vertel ik mezelf op die momenten?
“Volgende keer doe ik het anders.”
“Ik ben nu eenmaal zo.”
“Het ligt allemaal aan de omstandigheden.”
Klopt die uitleg écht?
Of zit er ook een stukje angst, schaamte, uitstel of conflictvermijding onder?
Voel ik achteraf spijt of schaamte over mijn gedrag?
Bijvoorbeeld:
“Waarom heb ik niet gewoon die vraag gesteld?”
“Waarom heb ik me zo klein gehouden in die meeting?”
“Waarom heb ik ja gezegd tegen nog een project?”
Waar je spijt over hebt, zit vaak een stukje zelfsabotage.
Wat kan je eraan doen? (concrete stappen voor je professionele leven)
Stap 1: Breng je patronen in kaart
Pak pen en papier, of een notitie-app, en schrijf concreet op:
Situaties waarin je jezelf op het werk hebt tegengewerkt
Wat moest je doen?
Wat deed je in plaats daarvan?
Wat dacht je op dat moment?
Hoe voelde je je erbij?
Bijvoorbeeld:
Taak: presentatie voorbereiden voor belangrijke klant.
Gedrag: urenlang “research”, maar geen slides maken.
Gedachte: “Ik weet nog niet genoeg, straks zien ze dat ik oppervlakkig ben.”
Gevoel achteraf: stress, schaamte, te weinig geslapen.
Door dit te doen, zie je niet alleen wat je doet, maar waarom.
Stap 2: Ontmasker de onderliggende overtuiging
Vraag jezelf bij zo’n situatie:
“Wat geloof ik hier eigenlijk over mezelf?”
“Wat zou er volgens mij gebeuren als ik hier vol voor zou gaan?”
“Wat is het ergste dat kan gebeuren als het mislukt?”
Vaak kom je dan op overtuigingen als:
“Ik ben niet goed genoeg.”
“Ik ben niet slim genoeg.”
“Als ik echt zichtbaar word, val ik door de mand.”
“Anderen mogen dit wel ambiëren, maar ik niet.”
Door het te benoemen, haal je het uit de schaduw.
Stap 3: Ga van “perfect” naar “goed genoeg”
Perfectionisme is een vorm van zelfsabotage. Het lijkt nobel, maar vreet je leeg.
Een paar praktische afspraken met jezelf:
“80% is goed genoeg.”Je kiest bewust voor een redelijke, degelijke kwaliteit – niet perfect.
Tijdslimiet instellen:
“Ik werk hier 45 minuten gefocust aan, daarna is het wat het is.”
Eerst een ruwe versie, dan pas schaven:
bij een mail, rapport, presentatie: eerst alles eruit gooien, dan pas netjes maken.
Vraag jezelf bij taken:
“Wat is hier echt nodig?”“Wat is ‘goed genoeg’ voor deze context?”
Niet elk stuk werk hoeft topkwaliteit te zijn.
Stap 4: Kleine, concrete stappen in plaats van grote goede voornemens
In plaats van:
“Vanaf nu ga ik nooit meer uitstellen.”
“Ik ga voortaan altijd mijn grenzen aangeven.”
“Ik ga elke meeting mijn mening zeggen.”
Maak het klein:
“Vandaag begin ik 10 minuten meteen aan mijn belangrijkste taak.”
“Deze week zeg ik één keer ‘nee’ tegen een extra verzoek.”
“In de volgende meeting deel ik minstens één idee of vraag.”
Kleine successen:
geven je zelfvertrouwen,
tonen je brein: “Ik kan dit best,”
en maken het makkelijker om de volgende stap te zetten.
Stap 5: Leer anders omgaan met fouten
Op het werk kunnen fouten voelen alsof je “door de mand valt”. Maar:
Fouten zijn informatie.
Fouten betekenen niet dat jij slecht bent.
Fouten geven je kansen om te groeien.
Probeer dit te oefenen:
Na een fout, stel jezelf:
Wat ging hier mis, feitelijk?
Wat kan ik hiervan leren?
Wat doe ik de volgende keer anders?
En vermijd:
“Zie je wel, ik kan dit niet.”
“Ik ben echt waardeloos.”
Vervang door:
“Oké, dit was niet goed. Maar het zegt niets over mijn volledige kunnen.”
“Iedereen maakt fouten. Belangrijk is wat ik ermee doe.”
Stap 6: Deel (een beetje) kwetsbaarheid op het werk
Kwetsbaar zijn = eerlijk zijn over wat je wel en (nog) niet kunt, zonder jezelf de grond in te boren.
Voorbeelden:
“Dit is een nieuw domein voor mij, ik wil het graag leren. Kun je meekijken met mijn eerste versie?”
“Ik merk dat ik vaak te lang wacht om hulp te vragen. Ik wil dat anders doen, dus ik kom nu al even langs.”
“Ik vind dit spannend, maar ik wil het wel proberen.”
Je brein leert dan:
dat anderen je niet meteen afbranden,
dat je mag leren,
dat je niet eerst perfect moet zijn voor je zichtbaar mag zijn.
Stap 7: Zoek bewuste feedback en steun
Zoek één of twee mensen die je vertrouwt (mentor, collega, leidinggevende, coach) en deel:
dat je merkt dat je jezelf soms saboteert,
dat je wilt groeien,
dat je openstaat voor eerlijke, opbouwende feedback.
Vraag concreet:
“Waar zie jij dat ik mezelf kleiner maak dan nodig is?”
“Op welk vlak denk jij dat ik meer kan dan ik nu laat zien?”
“Wat vind jij mijn sterke punten waar ik meer mee mag doen?”
Dit helpt je om een realistischer beeld van jezelf te krijgen.
Stap 8: Verbind werk met je hechtingsstijl
Dit is een inzicht waar veel professionele sabotage onderdoor zit:
Vermijdend gehecht?
Je houdt je klein, zegt nee tegen leiderschap, voelt je oncomfortabel met zichtbaarheid. Werk hieraan: accepteer dat je wél leidinggevende kan zijn; dit is hetzelfde patroon als in relaties.
Angstig gehecht?
Je zegt overal ja op, je zoekt constante bevestiging van je baas/collega’s, je accepteert te veel. Werk hieraan: leer grenzen stellen; dit is dezelfde uitdaging als in relaties.
Als je inziet dat je werk-sabotage dezelfde root heeft als je relatie-sabotage, werk je aan één ding dat beide gebieden verbetert.
Als het dieper zit
Als je merkt:
dat je jezelf structureel onderwaardeert,
dat je al jaren weet “ik kan meer dan wat ik laat zien”,
dat je angsten op het werk heel sterk zijn (faalangst, paniek bij kritiek),
dan kan het nuttig zijn om met een professionele hulpverlener te kijken naar:
je overtuigingen rond werk, succes, falen,
je ervaringen in je jeugd (school, gezin),
eventuele perfectionisme- of faalangstpatronen.
Soms is zelfsabotage op het werk maar het topje van de ijsberg.
Samenvatting: werk-sabotage
Zelfsabotage op het werk betekent dat je gedrag je professionele doelen ondermijnt, terwijl je eigenlijk iets anders wilt.
Het toont zich in: uitstellen, perfectionisme, jezelf klein houden, geen grenzen stellen, succes saboteren.
De wortel ligt vaak in: diepe overtuigingen, angst voor falen of succes, patronen uit je jeugd.
Je doorbreekt het door:
Je patronen in kaart te brengen.
De onderliggende gedachten te herkennen.
Te oefenen met “goed genoeg.”
Kleine, haalbare stappen te zetten.
Anders naar fouten te kijken.
Voorzichtige kwetsbaarheid en steun toe te laten.
Je werk-sabotage te verbinden met je hechtingsstijl.
Je bent niet lui of ongemotiveerd, je patroon is alleen niet meer helpend
Als je eerlijk naar jezelf kijkt, zie je waarschijnlijk momenten waarop je jezelf op het werk tegenwerkt. Niet omdat je “lui” bent of “geen ruggengraat” hebt, maar omdat je oude beschermingsmechanismen nog actief zijn in een omgeving waar je eigenlijk wilt groeien.
Zelfsabotage op je werk kan er heel subtiel uitzien:
nét niet solliciteren,
nét niet uitspreken wat je nodig hebt,
nét niet zichtbaar worden,
nét iets te lang wachten tot de druk zo hoog is dat je alleen nog in paniekstand kunt presteren.
Onder al die patronen zit zelden onwil. Er zit meestal angst onder: voor afwijzing, voor falen, voor succes, voor zichtbaarheid, voor conflict.En soms ook: een brein dat gewoon écht wat anders werkt dan het gemiddelde, waardoor standaardoplossingen (meer discipline, meer to-do-lijstjes) niet genoeg zijn.
Je hoeft niet van de ene dag op de andere “productief”, “assertief” of “perfect georganiseerd” te zijn.Wat wél helpt, is dat je:
je patronen begint te herkennen,
begrijpt waar ze vandaan komen (hechting, eerdere ervaringen, misschien ADHD),
en vervolgens kleine, concrete stappen neemt die passen bij jóuw manier van doen.
In het volgende deel zoomen we daarom in op die extra laag: hoe ADHD en een anders werkend brein deze patronen van zelfsabotage kunnen versterken en waarom het geen kwestie is van “gewoon even wat harder je best doen”, maar van anders gaan kijken naar jezelf, je werk én de manier waarop jij tot je recht komt.




Opmerkingen